Hypotheek tegen sloppenwijk

 Sloppenwijken kun je bestrijden met een hypotheek. De VN-organisatie Habitat en de ontwikkelingsbank FMO gaan stevig investeren in dit nieuwe medicijn.

De Nederlandse Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO ) gaat meer investeren in de huizenmarkt in de ontwikkelingslanden. Het bezit van een huis wordt gezien als een belangrijke motor voor economische groei.

Eigendom is de enige echte duurzame drijfveer voor welvaart. Het is een groot manco dat dat onderbelicht is in de sector voor ontwikkelingshulp”, zegt FMO-topman Arthur Arnold. Een directe verklaring voor die omissie heeft Arnold niet. Zijn FMO gaat de portefeuille gericht op financiering van eigen woningbezit in ieder geval snel vergroten. De bank zit nu voor euro 150 miljoen in de hypotheekmarkt in ontwikkelingslanden. Dit jaar stijgt het aandeel in de investeringsportefeuille naar 200 miljoen euro. „In 2010 willen we op 500 miljoen zitten.”

Het ontwikkelen van de hypotheekmarkt is essentieel. We doen dat in Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Wij financieren de ontwikkelaars en de banken die die projectontwikkeling moeten oppakken. We investeren dus niet in de huizen zelf, maar in de capaciteit om die huizenmarkt te ontwikkelen”, aldus Arnold. De huizenmarkt is het tweede grote doel van de FMO, die vooral investeert in het midden- en kleinbedrijf in de ontwikkelingslanden.

Recent maakte ook Habitat, de huisvestingsorganisatie van de Verenigde Naties, bekend in samenwerking met de Keniaanse regering hypotheken aan sloppenwijkbewoners aan te bieden. De sloppenwijkbewoners worden geacht hypotheken in groepsverband af te sluiten. De achterliggende gedachte daarbij is dat de gedeelde verantwoordelijkheid voor de aflossing van de hypotheek ook bijdraagt aan de cohesie in de wijken. Gehoopt wordt ook dat de bewoners door de gebondenheid aan de groepshypotheek initiatieven ontplooien op het gebied van drinkwatervoorziening en riolering.

Habitat ziet de groepshypotheek als een probaat middel in de strijd tegen het oprukken van de sloppenwijken. Anna Tibaijuka, directeur van Habitat, stelde vorig jaar al dat via hypotheken de snelle groei van de sloppenwijken tot staan gebracht moet worden. Sindsdien is er al op kleine schaal geëxperimenteerd met vormen van groepshypotheken.

Dat de hypotheek pas laat zijn intrede doet in de ontwikkelingslanden heeft vooral te maken met een gebrekkige registratie van eigendom en het bijbehorende ontbreken van een kadaster.

FMO-topman Arnold is vooral positief gestemd over een groot project in Zuid-Afrika, de Khayelitsha Mall langs de snelweg tussen Kaapstad en het vliegveld. Dat winkelcentrum is met steun van FMO op basis van Afrikaanse wensen ingericht met winkels die gebaseerd zijn op het inkomen van de sloppenwijkbewoners uit de omgeving. Handhaving van de orde en het schoonhouden van het centrum zijn in handen gelegd van de wijkbewoners en winkeliers. „En het ziet er zeer goed uit”, zegt Arnold. Het winkelcentrum maakt deel uit van een groot huizenproject met 15.500 woningen. Voor 1000 kostverdieners met een laag inkomen is dit project een kans op een hypotheek.

FMO opereert in Zuid-Afrika met de Rand Merchant Bank. Die laatste heeft inmiddels 13 projecten voor leningen goedgekeurd, voor 10.000 woningen. Voor veertig projecten wordt nog financiering gezocht.

http://www.trouw.nl/